Een nieuwe studie gepubliceerd in Nature Ecology & Evolution suggereert dat seksueel gedrag tussen mensen van hetzelfde geslacht (SSB) bij primaten misschien geen anomalie is, maar een diepgewortelde evolutionaire aanpassing. Onderzoekers onderzochten 59 soorten primaten en vonden een verband tussen SSB en uitdagende milieu- of sociale omstandigheden. De bevindingen geven aan dat SSB, onder druk van schaarste van hulpbronnen, predatie of complexe sociale hiërarchieën, de banden kan versterken, conflicten kan verminderen en allianties kan faciliteren – waardoor uiteindelijk de overlevingskansen kunnen verbeteren.
De wijdverbreide aard van SSB in het dierenrijk
Jarenlang werd SSB onderbelicht in de wetenschappelijke literatuur. Uit bewijsmateriaal blijkt nu dat het voorkomt bij ongeveer 1.500 soorten in het dierenrijk. Deze alomtegenwoordigheid suggereert dat SSB geen afwijking is van normaal gedrag, maar eerder een inherent onderdeel van de sociale dynamiek van dieren. Bij primaten wordt dit gedrag waargenomen bij soorten als bonobo’s en chimpansees, waar het dient om de spanning te de-escaleren en de sociale cohesie te versterken. Gouden stompneusapen vertonen soortgelijk gedrag en versterken de banden in barre omgevingen met weinig hulpbronnen.
Genetische en ecologische invloeden
Het onderzoek wijst ook op een genetische component: SSB is naar schatting voor 6,4% erfelijk bij resusapen. Dit suggereert echter dat ecologische en sociale druk een veel grotere rol spelen. Soorten die te maken hebben met grotere predatierisico’s, drogere klimaten of meer competitieve sociale structuren hebben meer kans op SSB. De onderliggende logica is simpel: sterkere sociale banden, gesmeed door coöperatief gedrag zoals SSB, verbeteren de groepsveerkracht bij tegenslag.
“Soorten die bijzonder uitdagende ecologische en sociale druk ondervinden, hebben, onafhankelijk van hun gemeenschappelijke afkomst, seksueel gedrag tussen mensen van hetzelfde geslacht ontwikkeld als een manier om de druk te beheersen en door de sociale dynamiek te navigeren.” — Vincent Savolainen, Imperial College Londen
Menselijke implicaties en kanttekeningen
Onderzoekers benadrukken dat deze studie de menselijke seksuele geaardheid niet direct verklaart. Het trekken van parallellen tussen het gedrag van primaten en de menselijke identiteit wordt bemoeilijkt door de enorme verschillen in sociale structuren, culturele invloeden en de beschikbaarheid van gedragsgegevens van onze voorouders van mensachtigen. Het onderzoek onderstreept echter een fundamenteel principe: gedragsflexibiliteit is een sleutelfactor bij het overleven van soorten.
De studie benadrukt dat primaten – inclusief mensen – zijn geëvolueerd om zich aan te passen aan een breed scala aan omstandigheden, en seksueel gedrag vormt daarop geen uitzondering. Dit aanpassingsvermogen is geen zwakte, maar een kracht, waardoor bevolkingen zelfs onder extreme druk kunnen gedijen.
Concluderend suggereert het laatste onderzoek dat SSB bij primaten niet slechts een bijproduct van de evolutie is, maar een actieve overlevingsstrategie, gevormd door ecologische en sociale krachten. Hoewel het toepassen van deze bevindingen op mensen voorzichtigheid vereist, is de bredere boodschap duidelijk: diversiteit in gedrag, inclusief seksueel gedrag, is een krachtig hulpmiddel voor aanpassingsvermogen en succes op de lange termijn.

























